Categorie archief: Hospitality in Music

The seedy hotel where you’ll be safe

Standaard

Blue Moon Hotel: A great jazzy song with a dark story from the master singer-songwriter David Olney. David tells us the story behind this song, which is part of the album Film Noir. The hotel, he says, becomes a metaphor for something else: “A place to escape to after you’ve done something drastic–the seedy hotel where you’ll be safe”

A bed, a blanket and a pillow

not much more than a prison cell

But the price is cheap

and I could sure use some sleep

Welcome to the Blue Moon Hotel

Advertenties

Gewoon gastvrij: Ik heb de deure los

Standaard

Dit prachtige lied van Daniel Lohues, uut Drenthe, herinnert ons eraan dat gastvrijheid een kwestie is van “gewoon doen”: wordt er op de deur geklopt? Zet de koffie aan, schuif een stoel bij, en luister. En ook: wie eens goed doet, goed ontmoet. Reciprocal hospitality: een goede gastheer wordt niet vergeten. Was ik ooit welkom bij jou? Dan staat de deur altijd voor jou open.

Cotton Club: Hospitality in Amsterdam and Harlem

Standaard

Fietsend door Amsterdam zie ik de Cotton Club op de Nieuwmarkt. Thuisgekomen zie ik dat er net een boek is verschenen over dit legendarische café, waar je elke zaterdagavond live jazz krijgt. Hier kwamen in de jaren zestig en zeventig vooral veel Surinaamse immigranten samen. Beroemde jazzmuzikanten traden op, drugs deden hun intrede en en de club werd een hot spot voor de Amsterdamse “hipster scene”, mensen als Ramses Shaffy, Remco Campert en Adele Bloemendaal. De geschiedenis van het gelijknamige nachtclub The Cotton Club in Harlem, New York, is even veelzeggend. Deze legendarische club werd in de twintiger jaren van de vorige eeuw tijdens de tijd van de drooglegging opgericht en gerund door gangsters. De club weerspiegelde het racisme van die tijd in de behandeling van de mensen die er optraden–waaronder de grote jazz musici als Duke Ellington, Cab Calloway  en Ella Fitzgerald. Zij mochten niet omgaan met de blanke clientele. En net als in Amsterdam, was dat “verbodene” nou juist het spannende.

In dit lied Harlem Hospitality, horen we dit racisme terug als iets bijna kinderlijks–en, wie weet, ironisch bedoeld door de makers. Het speelt met de fascinatie voor een andere, vreemde cultuur: “It’s a taste of life to shim-sham-shimmy with the Black and Tan”. Gastvrij voor de blanke gasten–met alle gevolgen voor de “Black and Tan”.

 

Alice Boots en Rob Woortman, De Cotton Club, Bewogen geschiedenis van een café (2014)

http://www.cottonclubmusic.com

lyrics:

 

It’s the one and only Lennox Avenue,

That’s the one and only place to travel to;

Music in the air,

Dancing everywhere,

That’s Harlem hospitality!

When you hear a welcome to your song,

You’ll keep shoutin’ hallelujah all night long;

You never rest

When you get the best

Of Harlem hospitality!

It’s a waste of life until you hear a song and love it,

You just, “Yeah, man!”

It’s a taste of life to shim-sham-shimmy

with the “Black and Tan.”

You don’t need to eat an apple every day,

Hi-de-ho will keep the doctor far away,

You can’t get ill

When you get the thrill

Of Harlem hospitality!

Songwriters
 ARLEN, J VAN HEUSEN