Categorie archief: Global Citizenhsip

Expeditie-3: Ga voor Global Citizenship

Standaard

geschreven door Gerben OpDenDries en Sander Barenbrug

Op 8 februari is een nieuwe groep enthousiaste mensen begonnen aan de expeditie. In de eerste twee weken hebben we ons vanuit verschillende invalshoeken verdiept in wereldburgerschap. Onder andere wereldgeschiedenis, ethiek en integriteit, technologie, racisme en kunst werden behandeld door experts in deze vakgebieden. De lessen waren lekker interactief, waardoor wijzelf ook veel aan bod kwamen. De informatie kwam tot leven door verschillende fieldtrips.

IMG-20160212-WA0001

Bij de eerste fieldtrip bezochten we Khalid, die al veertien jaar asielzoeker is in Nederland. In die tijd heeft hij op 15 verschillende plekken gewoond, waaronder de straat. Ondanks de vele tegenslagen is hij nog steeds strijdbaar voor een beter leven in Nederland.

 

 

 

 

De tweede fieldtrip bracht ons bij het MuZIEum in Nijmegen. Tijdens deze fieldtrip hebben we ervaren hoe het dagelijks leven van een blinde eruit ziet. Onder begeleiding van Johan, die zelf ook blind is, hebben we zonder zelf te kunnen zien onder andere een volledig verduisterde ronde gemaakt door een supermarkt, in een park gewandeld en de weg overgestoken.

Deze fieldtrips lieten ons op een heel andere manier naar deze groepen in de samenleving kijken en hebben ons meer betrokken bij hun situatie.

Deze week gaan we ons verdiepen in hospitality en mogelijke projecten, waarbij de fieldtrips tot inspiratie dienen.

20160210_113725-1

 

Global Citizenship: Integriteit, Racisme, Debat en Dialoog

Standaard

Expeditie week 3

Het is maandag 2 maart 2015. de studenten van de minor Expeditie zijn allemaal weer terug na een week vakantie. We beginnen de ochtend al meteen met een les over ethiek en filosofie. Het was een interessante les waarin gedrag, houding en met name integriteit centraal stonden. Wij hebben gekeken naar wat iedereen onder integriteit verstond en aan de hand hiervan de link gelegd met het bedrijfsleven.

Dinsdag 3 maart. Vandaag stond het thema racisme centraal, naar aanleiding van dit thema hebben wij de film ‘To Kill A Mockingbird’ gekeken, om vervolgens deze te analyseren en te discussiëren over wat en wanneer een uitspraak racistisch is. De les werd geleid door een van origine Spaanse docente.  Zij kon uit eigen ervaring vertellen hoe zij racisme heeft ervaren toen zij in Nederland kwam wonen. Zij heeft zelf Nederland niet als racistisch land ondervonden. Sommige studenten daarentegen waren van mening dat dit juist wel het geval is. Hierover is dan ook flink gediscussieerd. Doordat de les bijna was afgelopen, eindigden ook de discussie, er is dan ook geen duidelijke uitkomst uit gekomen. Eén ding is wel duidelijk naar voren gekomen, de studenten hadden een andere mening over wat racisme is.

Woensdag deden we een workshop over debatteren. Deze workshop was bedoeld om ons kennis te laten maken met overtuigingstechnieken. Tijdens de workshop hebben we theorie gehad over verschillende technieken, om deze theorie vervolgens in de praktijk toe te passen. Dit hebben wij gedaan aan de hand van verschillende voorbeelden en stellingen. De eerste opdracht bestond uit 5 studenten die zich bevonden in een luchtballon, die te zwaar was en waar 2 studenten uitgegooid moesten worden om de luchtballon te redden. De studenten moesten hun medestudenten overtuigen om hem/haar in de luchtballon te laten blijven ten kosten van de andere. Vervolgens moesten er van de overgebleven 3 nog 2 studenten uit. En in deze tweede ronde was het juist de bedoeling om de andere te overtuigen waarom zijn/haar medereizigers uit de ballon gegooid moesten worden. De tweede opdracht was een kettingdebat. Hierbij moesten de studenten om en om het argument van zijn/haar voorganger weerleggen en vervolgens met een sterk eigen argument komen, waarom hij/zij het er wel of niet mee eens was. Ter afsluiting kwam er een einddebat van 5 tegen 5, waarin er een groep voorstanders en een groep tegenstanders was. Zij moesten om en om argumenten geven, weerleggen en met tegenargumenten komen om als winnaar uit het debat te komen. De uitslag van het debat werd in het midden gelaten.

debate

Donderdag 5 maart, de fieldtrip staat op het programma. Deze week was de fieldtrip gepland naar Amsterdam, om hier Wij Zijn Hier en het Noelhuis te bezoeken. Over deze zeer indrukwekkende fieldtrip heeft Yannick geschreven op deze blog.

Vrijdag 6 maart, de laatste dag van de derde week hebben wij een korte nabespreking gehouden over de fieldtrip die erg veel indruk heeft gemaakt. Daarna zijn de door ons geschreven en ingeleverde columns besproken. Dit hebben we als volgt gedaan, eerst moest de schrijver zijn of haar column voorlezen. Vervolgens moest de schrijver stil zijn en werden er vragen gesteld door de docenten waar de rest van de groep antwoord op moest geven. Het grappige van deze manier is dat je er achter komt hoe mensen 1 tekst op allerlei verschillende manieren kunnen interpreteren. Ten slot mocht de schrijver van de column reageren op de reacties. Op deze wijze zijn alle columns besproken. Hiermee hebben we dan ook al weer het eerste blok “Global Citizenship ” afgesloten.

Marjolein, Els en Birgit voor het Vluchtgebouw Amsterdam

Marjolein, Els en Birgit voor het Vluchtgebouw Amsterdam en Yannick in de achtergrond!

Wij vonden het een hele interessante derde week. Op naar volgende week!.

Sverre & Natascha

Gastvrijheid voor Vluchtelingen: Thrive instead of Survive

Standaard

Kevin Kelly start op basis van deze visie, zijn project voor de Expeditie: hij werkt samen met het ROC Amsterdam, de stichting Wij Zijn Hier en de vluchtelingen en Enactus, aan het doel: vluchtelingen de kans geven een creatieve bijdrage te leveren aan onze samenleving.

Here-We-Are-03122013

Helping the unwanted guests how to thrive instead of survive.

Wat zou je ervan denken als ik zeg dat wij als Nederlandse samenleving moeten vluchtelingen de kans geven om een bijdrage te leveren aan de samenleving. Als we dit doen, kunnen we het imago van vluchtelingen verbeteren en de kwaliteit van hun leven.

Sommigen zullen zeggen dat vluchtelingen niets kunnen bijdragen aan de samenleving. Immers, vluchtelingen hebben niets van waarde. Ze kunnen niets geven, ze hebben geen geld, ze kunnen niet werken, ze spreken de taal niet. Deze mensen zeggen ook dat vluchtelingen agressief zijn. Sarah Gibson (2003) heeft op basis van zijn onderzoek geconcludeerd dat vluchtelingen behandeld worden met een nieuwe vorm van racisme, racisme dat niet meer gebaseerd is op de huidskleur of ras van de persoon, maar op ons als volk tegen vreemdelingen van buiten. Dit heet xeno-racism.

Er zijn verschillende perspectieven op de vreemdeling. Er zijn de vreemdelingen die de samenleving waardeert, zoals toeristen, studenten en wereldburgers (Gibson S, 2003) mensen die werken en leven daar waar ze makkelijk kunnen integreren binnen de samenleving, omdat ze bepaalde talenten en een bepaalde houding hebben. Er zijn ook de anderen. Deze worden gezien als ongewenst en in deze groep vinden we vluchtelingen en illegalen, mensen zonder geldige verblijfsdocumenten. Sarah Gibson (2003) geeft aan dat dit imago wordt opgebouwd door de media en de rechtse politieke partijen. Zij “framen” een beeld van vluchtelingen als parasieten, waardoor ze gebruikt kunnen worden als “gemakkelijk doelwit” (scapegoat) voor alles wat er mis is in de samenleving.

Op dit moment is er in Nederland het beleid om vluchtelingen te behandelen vanuit het perspectief van “containing hospitality”. Dit betekent dat de vluchtelingen geïsoleerd worden op een plek buiten de samenleving. Hierdoor hebben ze geen kans om in contact te komen met andere mensen. Sarah Gibson (2003) zegt hierover dat dit een soort sociale controle is van de vreemdeling, omdat wij bang zijn voor de effecten die zij kunnen hebben op onze samenleving. “Redistributive hospitality” houdt in dat de vluchtelingen alles krijgen van de samenleving wat ze nodig hebben om te overleven. Er wordt niets van hen terugverwacht.

Op het continuüm van Lashley wil ik niet uiterst links gaan staan bij “containing hospitality” en ook niet rechts bij “redistributive hospitality”, maar in het midden bij “reciprocal hospitality”. Dit betekent dat er wederkerigheid kan zijn. Vluchtelingen kunnen iets bijdragen aan de samenleving wat eerlijk is voor beide partijen: de vluchtelingen en de samenleving. Ik denk dat hier een citaat van William Ury (2010) op zijn plaats is: “We moeten de vluchteling niet alleen maar helpen om te overleven, maar ook om te bloeien {we need to help refugees not only to survive, but to thrive”}

Ik wil 3 argumenten benoemen die deze stelling ondersteunen.

Vluchtelingen kunnen ervaringen delen, ze kunnen mensen dingen leren over hun land. Enkelen van hen hebben een goede opleiding genoten en weten veel. Ze kunnen eigen levenservaring delen met onze samenleving in de vorm van kennis. Deze hoogopgeleide vluchtelingen kunnen op deze manier iets bijdragen aan de samenleving. Daarnaast zijn er ook andere manieren waarop vluchtelingen kunnen bijdragen aan de maatschappij. Omar Mouffakkir, onderzoeker van het Saxion lectoraat Global Citizenship, stelt dan ook dat door middel van deze uitwisseling, vreemdelingen meer betrokken zijn in de samenleving en dat vluchtelingen zich ook verantwoordelijk gaan voelen voor deze samenleving. Dit kan leiden tot vermindering van de criminaliteit door vluchtelingen.
Het is een win-winsituatie voor scholen en voor vluchtelingen. Scholen kunnen studenten inzicht geven in de wereldwijde issues. Ze kunnen stageplekken creëren voor studenten bij organisaties die zich bezighouden met vluchtelingen, zoals “Wij Zijn Hier”, of COA, of Vluchtelingenwerk.
Scholen stimuleren belangrijke kwaliteiten als wereldburgerschap, empathie, inlevingsvermogen en kennis van de wereld. De vluchtelingen krijgen de kans om betrokken te worden bij de samenleving en krijgen aandacht voor hun levenssituatie.
Als de vluchtelingen iets kunnen bijdragen, krijgen Nederlandse burgers meer inzicht en begrip voor de situatie waarin vluchtelingen verkeren en wordt het gevoel van solidariteit met deze vreemdelingen vergroot. Door dit proces kan de Nederlandse samenleving het imago van vluchtelingen veranderen van ‘vreemdeling’ naar ‘bekende’ en zien ze ‘vluchtelingen’ niet meer als parasieten, maar als mensen die een kans nodig hebben om bij te kunnen dragen aan deze voor hen vreemde samenleving.
Volgens de filosofie van Jaques Derrida (2000) is de Nederlandse samenleving de gastheer en de vluchtelingen onze gast. Via deze weg zouden we dan kunnen stellen dat de behandeling van vluchtelingen door het Nederlandse bestuur een conflict is tussen twee partijen die niet tot een wederkerige overeenkomst kunnen komen. In deze situatie zou William Ury (2010) stellen dat er nog een derde partij deelneemt in dit conflict: de samenleving. Deze derde partij—wij als burgers–zou dan bij kunnen dragen in dit conflict om de belangen van beide partijen te behartigen en om tot een wederkerige oplossing te komen.
Concluderend is mijn visie dus dat wij als Nederlandse samenleving de behandeling van vluchtelingen in eigen handen moeten nemen. Wij zijn de gastheren binnen deze samenleving en wij hebben wel degelijk baat bij een wederkerige vorm van gastvrijheid tussen beide partijen. Dit zou de vluchtelingen nauwer bij de Nederlandse samenleving betrekken, met als resultaat dat de levensstandaard en het imago van vluchtelingen verbeterd zou worden. Ook wordt er eindelijk iets gedaan met de aanvraag van UNHCR (uit 2007) om de behandeling van vluchtelingen binnen de EU te herzien en om hen meer te betrekken in de samenlevingen. Het verbeteren van de samenleving en om de vluchtelingen te integreren in deze verbeterde samenleving middels wederkerige gastvrijheid is mijn project geworden binnen deze minor.

Referentie:

Derrida, J. (2000). Hospitality. Journal of humanities, 5(3).

Gibson, S. (2003). Accommodating strangers: British hospitality and the asylum hotel debate. Journal for Cultural Research, 7(4), pp.367–386.

Lynch, P., Molz, J., Mcintosh, A., Lugosi, P. and Lashley, C. (2011). Theorizing hospitality. Hospitality \& Society, 1(1), pp.3–24.

Mouffakkir, O. (2014). Culture and Global citizenship lecture. Saxion University of Applied Sceinces.

Refworld, (2010). Submission by the United Nation High Commission of Refugee. [online] Available at: http://www.refworld.org/pdfid/4cd8f2ec2.pdf [Accessed 27 Oct. 2014].

Ury, W. (2010). The walk from “no” to “yes”. TED Talk. Available at: http://www.ted.com/talks/william_ury/transcript?language=en

Global Citizenship: The Good, the Bad and the Ugly

Standaard

written By Kevin Kelly 12/09/2014

Global Citizenship: the Good, the Bad and the Ugly.
By Kevin Kelly 12/09/2014

When I think about global citizenship two words always come to mind; identity and responsibility. As the world we inhabit gets smaller we come into contact with more people from different walks of life. They come into our lives and leave a piece of themselves behind and as a result we change. For example: They provide us different perspectives of how we see the world and ourselves. People are constantly changing– literally and figuratively. From a biological perspective we are a new person every 7 years because most cells in our body are replaced by new ones. As a person we change with our environment and the people that have an impact on us. Thus, we have to be responsible of the social impact we leave behind as we go. But like many major changes that occurred in the history of men globalization will take time and there will be some sacrifices. But what are the consequences that can arise and how will we react? And will all the sacrifices be worth it?
This change of culture is having a homogenizing effect that may result in the loss of our national cultural identity (UNESCO, 2014). An example close to home is the “zwarte piet discussion”. From an international point of view it is seen as a racist festival (The Economist, November 2013). Yet to the majority of the Dutch “Sinterklaas” is seen as an important and traditional children’s holiday that they have celebrated since 13th century (Tinis, 2006). Zwarte piet was only introduced to this holiday in the year 1850 by Jan Schenkman (Neutkens, 2013). Now because of globalization the Dutch are forced to make changes in order to be politically correct or defend their heritage with the risk of getting labeled as racist. Other countries begin to lose their traditions and culture and are replacing it by “Global culture”. This is evident in the way we dress around the world. This is now dominated by westernized fashion style. Traditional religious burqas were banned in some European countries, including the Netherlands.
Another problem is that not every local is adapting to global citizenship and some do not even want it in the first place. This refusal to adapt to change has resulted in an increase in racism and discrimination towards the immigrants in the hope that they will feel unwelcomed and leave (Shah, 2008). What they do not understand is that advancements in technology are making migration easier and cheaper, so major change is inevitable. In the Netherlands many of the immigrants have tried to assimilate but they got rejected and are constantly reminded that they are actually “allochtonen” (Dutch word for people originating from another country). After a while they simply give up and reject the Dutch culture all together and create their own little communities which caused a major reaction from the right-wing politicians. This and other factors have led to a growing following for the extreme right politicians and the extreme radical groups.
However, we see some positive changes too. The group of people that were oppressed is now getting the same opportunities and equal treatment. For instance in Qatar the president of the Qatar University is Doctor Sheikha (Sheikha Al Mayassa, 2010). This is a huge leap forward, considering that Qatar is a Muslim country and Doctor Sheikha is a woman. The new generation is also being raised in an environment that accepts immigrants as equals. In the Netherlands bilingual schools and international programs are becoming more popular. This exposure further helps prepare the new generation for the new world and they gain the ability to communicate with more people around the world.
We as modern cosmopolitans have great responsibilities because we are paving the road to a brave new world that is truly globalized. We must respect the culture and people of the places we visit. Also when it comes to our national culture, I believe that it need not disappear. It is better that we take the analogy of Rick Wilk “Globalizing the local and localizing the global” (Sheikha Al Mayassa, 2010). This means that on the one hand we should adjust the local heritage to a more globalized version, while still maintaining local roots and identity. And on the other hand we should make globalization a logical part of our culture. In my opinion this will help make the transition a lot smoother for the older generation and save our heritage.
References:
http://www.economist.com/news/europe/21588960-debate-holiday-tradition-exposes-racial-attitudes-zwarte-piet-racism

http://kunst-en-cultuur.infonu.nl/feestdagen/23-sinterklaas-door-de-eeuwen-heen.html
http://www.unesco.org/new/en/culture/themes/culture-and-development/the-future-we-want-the-role-of-culture/globalization-and-culture/
http://www.historien.nl/jan-schenkman-en-het-eerste-sinterklaasboek/
http://www.globalissues.org/article/537/immigration#EffectsofImmigration

Saxion Expeditie: de ander, het onbekende en het nieuwe

Standaard
Saxion Expeditie: de ander, het onbekende en het nieuwe

geen zee te hoog

Deze week bracht drie treffende citaten over gastvrijheid en het interdisciplinaire werken. Dat kan geen toeval zijn. Het kan alleen maar betekenen dat alle seinen op groen staan: De Expeditie kan los. De verwachtingen zijn hoog gespannen maar sommigen zijn sceptisch. Ben je er klaar voor? Gaat dit lukken? Is dit niet een beetje vaag? Is dit wel iets voor HBO studenten? zijn maar enkele vragen die we al maanden lang geruststellend proberen te beantwoorden. Het antwoord ligt voor de hand. Niet voor niets heet dit een Expeditie. Voor de echte avonturiers (en de meeste kinderen) is geen zee te hoog. Het gaat gebeuren en het gaat lukken–mits wij samen open staan voor de ander en het onbekende.

Deze drie citaten van een 13e eeuwse soefi-dichter, een Canadese kenner van de filosoof Derrida en de 20e eeuwse filosoof Ronald Barthes geven mij alvast het gevoel dat we iets moois gaan doen. Jou ook?

1. Dit mens-zijn is een herberg
Ekle morgen nieuwe gasten

Vrolijkheid, somberheid, laagheid
even een helder moment
als een onverwachte gast

Verwelkom ze en bied alleen een gastvrij onthaal!
Ook al zijn het een hoop zorgen
die met geweld het meubilair
je huis uit smijten,

behandel toch iedere gast met respect
Misschien ruimt hij bij je op
en maakt hij plaats voor iets nieuws, iets fijns.

De duistere gedachte, de schaamte, de boosaardigheid
treed ze lachend bij de deur tegemoet
en nodig hen uit om binnen te komen.

Wees dankbaar voor al wie komt,
want ieder van hen is gestuurd
als een gids uit het onbekende.

Jalal al-Din Roemi–13e eeuwse Soefidichter (naar de Engelse vertaling uit The Essential Rumi, door Coleman Barks, 1999)

2. Hospitality goes beyond invitation. With invitation we expect a guest to arrive without surprise. Hospitality requires absolute surprise. We are unprepared or prepared to be unprepared, for the unexpected arrival of any Other. Hospitality is the receiving or welcoming which has no power, protocol or law. It is an opening without the horizon of expectation where peace can be found beyond the confines of conflict.
– Marko Zlomislic (professor of philosophy)

Interdisciplinary work, so much discussed these days, is not about confronting already constituted disciplines (none of which, in fact, is willing to let itself go). To do something interdisciplinary it’s not enough to choose a ‘subject’ (a theme) and gather around it two or three sciences. Interdisciplinarity consists in creating a new object that belongs to no one.
– Roland Barthes (philosopher)

Outpost: Johannes’s design thinking in a South African Township Project

Standaard

During our KAOS Pilot course in Arhus, Denmark, Rene and I met Johannes, a Danish 4-year student at this school. Johannes had just returned from South Africa, where he had worked on a so-called Ouptost Project. As the Outpost is a concept that we have been exploring for the Expedition, we were hugely interested in the project. We are thinking about ideas to “internationalize” the Saxion expedition and this might just be an interesting track: preparing the project for 10 weeks “at home” (i.e. Deventer) and then doing the actual project as a team, for a client abroad. This is why I’m grateful to Johannes for taking time to reflect on his experience and sharing his insights with us. He discovers a new way of filling in the consultancy role, which may be an awkward one, for young Westerners working in a South African township. Many Saxion students have been to South Africa, working in hospitality businesses, and I remember many of them telling me how their time in Africa had really changed their outlook on life. Here is Johannes’ story:

Entrepreneurship in Africa is sexy these days. Social networks are flooded with stories of young people building wild contraptions to solve everyday problems. And they are good stories. Full of heroes on journeys. Real people and real struggles. So we felt lucky. In the Scandinavian spring of 2014 a group of friends and I headed to South Africa to take part in that story – a story that turned out to be a lot more complex than romantic.

Context

I study at the Kaospilots in Aarhus. The Kaospilots is a multi-disciplinary education, covering subjects such as leadership, creativity, entrepreneurship, innovation and organizational consulting. One of the didactical corner stones is the high degree of “real world” experience, the crown jewel being the ‘outpost’ on the fourth semester. An entire class moves to a different country for almost four months to form a temporary organization and work on a host of different projects in collaboration with local clients. There is so much learning to gain from changing the context in which you practice, and that’s basically the philosophy behind going. Everything you knew you knew becomes thought you knew and, though frustratingly hard work at times, deep learning unfolds.

Here is a Pecha Kucha talk I did one of the first days in Cape Town. It gives a brief overview of why we went (sorry for the bad video quality, it was not at all as dark in there)

You can read more about the Kaospilots in general here.

Without getting into too much detail, the Outpost is a highly chaotic experience and meant to be so. The frames are set up to be challenging. A lot of things happens in a very short time – it is definitely a case of falling and building wings at the same time.

The Entrepreneurship Center

I was project leader in a group of eight working for a social enterprise called The Entrepreneurship Center (well, in this article – write me of you want to know the real name) located in a township on the outskirts of Cape Town. The Center provides talented and promising start-up entrepreneurs from townships with access to a shared work environment and a collaborative network. It was founded in 2013 and serves 20 entrepreneurs operating diverse and fascinating businesses.

We entered a consultant relationship to The Center – we were to work independently and not as interns, so the first weeks were spend in an inquiry process, trying to pinpoint exactly how we could best serve The Center. How would we be to the most help?

In inquiry work like this, I find inspiration in Edgar Scheins definition of the “helping relationship”. He writes (from Helping): “I find that even in the simplest helping situations, such as being asked for directions, it is useful to take a moment to think about what I don’t know and what the client does not know.” It was not only a case of asking The Center; “How can we help you?” – but to unfold the answer, dig in and explore our unknowns together. What was really needed? And who needed help?

Edgar Schein calls this approach to the helper-role Process Consultation and it rests on the following six assumptions (from Helping, page 63)

1. Clients, whether they are managers, friends, colleagues, students, spouses, children, etc., often do not know what is really wrong and need help in diagnosing what their problems actually are. But only they own and live with the problem.
2.Clients often do not know what kinds of help consultants can give to them; they need guidance to know what kinds of help to seek.
3. Most clients have a constructive intent to improve things, but need help in identifying what to improve and how to improve it.
4. Only clients know what will ultimately work in their situation.
5. Unless clients learn to see problems for themselves and think through their own remedies, they will be less likely to implement the solution and less likely to learn how to fix such problems should they recur.
6. The ultimate function of help is to pass on diagnostic skills and intervene constructively so that clients are more able to continue to improve their situations on their own.

The Process role contrasts the Expert and Doctor role, the two other helper-roles defined in Edgar Scheins terminology. The Expert being the one who delivers expert answers to questions or problems, useful in for example engineering and accounting. But, as no inquiry process takes place, the expert run the danger of (1) the client asking for help not having understood his/her own situation correctly and (2) misinterpreting the question or the context. The Doctor role is the position where the helper both diagnoses the problem, and prescribes the solution, leaving the one being helped almost entirely out of the loop. Ultimately, the Process Consultant wants to create learning at every step.

Uncovering The Need

We took the ‘process role’, but we still had expectations. We were students and this was ‘our project’ so we were – naturally – not entirely detached. We initially came to The Center with the assumption that we were going to work directly with the entrepreneurs – share our knowledge, help develop their businesses and engage in the ‘sexy’ story of the african entrepreneur. But after only a short while, this idea became challenged. The entrepreneurs were definitely our ultimate clients, whatever we did they would ultimately benefit from our work, but how did we really serve them best? We quickly ran into some unforeseen trouble.

In our initial interview, the manager of The Center noted how he experienced the entrepreneurs lacking initiative, curiosity and proactivity – how he sometimes found them leaning back, waiting for help, not taking responsibility for own problems. He emphasized that this ‘mindset’ was their main challenge and something he would like to help them with, but unsure how to. This mindset was not immediately evident to us – they were all dynamic entrepreneurial types – but it showed over time, and – quite unexpectedly – we found ourselves becoming part of the ‘problem’.

Entrepreneurship comes from French and means to ‘under-take’. Being an entrepreneur is ‘active’ by definition. There are no one but you to take responsibility for problems and to do the work. Living in a township, on the contrary, is in many ways heartbreakingly pacifying. Unemployment is more than 50%, life in general is tough and the freedom that the fall of apartheid brought is in many ways locked up by strong and deep economical divisions. For many people there are basically nothing to do about their life situation.

On a macro level, we experienced a South African context where the white man for hundreds of years had been telling the black man ‘how things should be done’ – and still do. This is a sensitive subject, never the less part of reality. Many neocolonial mechanisms (like western aid) keeps the heritage of apartheid alive. We saw negative feedback loops in the modern South African society, patterns of deep systemic challenges that both underprivileged and privileged participated in sustaining.

On a micro level, we observed two things in particular. Firstly, much of the potential funding available to the entrepreneurs was supplied by western organizations reinforcing the dependent relationship. Furthermore The Entrepreneurship Center get western university interns on a regular basis. There was often no strategic intention with these interns, so they were mostly left to do what they felt like, often conducting teaching sessions and workshops for the entrepreneurs. We observed how the actions of these interns pacified the entrepreneurs rather than activating them – how it reinforced the entrepreneurs in the ‘township receiver’ role, basically telling them: “You don’t know how to really move on with your business without an educated, young, white person telling you how to”, feeding into the whole South African macro-complexity.

We saw a real danger of us stepping into this pattern, and even with our best intentions, entering an uneven relationship, pacifying the entrepreneurs rather than activating them. Subject wise we could easily have been expert consultants on entrepreneurship, we would have loved to and parts of us still wanted it, but if we truly wanted to help, we simply had to find another way.

Sharing

So what did we do? We invited the manager and a few of the entrepreneurs for coffee and shared our concerns. Edgar Scheins tenth principle of the Process Consultant (see them all in the bottom of this post) is: ‘When in doubt share the problem’. So we did. We shared our concerns and why we were reluctant to work directly with the entrepreneurs. It turned into a very good and honest talk. They understood – one entrepreneur said “… and I don’t like being anyones project” referring to how he felt that western people entering townships often did so for their own sake – as a personal ‘feel good’ project. We had to admit that we recognized this sense of ‘feel good’ when we initially left for Cape Town. We found a common understanding of the problem – the first condition for finding a shared solution.

At the very beginning of any helping situation, the relationship is unbalanced, which creates the potential for both client and helper to fall into traps derived from that imbalance. To build a successful helping relationship therefore requires interventions on the part of the helper that build up the client’s status. In considering how to do this, the helper must first clarify what role to take vis-à-vis the client. What is often not evident is that the helper has a choice of role, and the way that choice is made has long-range consequences for the relationship, as the next chapter will explore.

Looking back through the lens of Edgar Schein, it’s clear how this intervention massively helped reduce the imbalance and bring us closer to both the manager and the entrepreneurs.

The Final Assignment

So, together with The Manager and working from this common understanding, we eventually decided that in order to help the entrepreneurs in the most sustainable way, the goal of the project should be to empower The Center – not work with the entrepreneurs directly. This realization marked the conclusion of a very rewarding learning loop – both for us and The Center.

But – how to empower The Center? The key had actually already been handed to us. The first time we met, the manager told us that The Center had a strong ‘learning by doing’ mentality and emphasized with pride how The Center, since its founding a year ago, had continued working its way forward, solving problems as they came, despite much hardship and chaos. We probed into this, challenging him on what ‘learning by doing’ means. Real learning happens once you reflect after doing. Had they been reflecting systematically on their actions during the past year? It turned out they hadn’t. And of course not, start ups (almost) never do. This became the backbone of our assignment; Facilitate an internal evaluation of the past year for the The Entrepreneurship Center to recognize what worked and what didn’t – in order to strengthen The Center in helping the entrepreneurs.

We designed a process for the key stakeholders at The Center.

The Process

Looking back at a journey, there was always a purpose for embarking and in order to have something to evaluate against, the first step of the process was to connect The Center to this purpose, often called ‘the why’ – “What did we set out to do?” was the guiding question.

The main body of the process was designed around three broad focus areas. These three areas were chosen to create a framework, a language, that could contain and help us navigate many of the more specific needs and areas that we saw could potentially be worked on. The three focus areas were:

1. The Center from a business perspective. This focus area gave space to evaluate the Hubspace as an institution – evaluating value creation, sustainability, the business model, operational activities etc.
2. The Entrepreneurs – the ultimate client. This focus area directed the attention to the entrepreneurs as the primary ‘customer’ of The Center – their needs, interest and challenges. How well did The Center meet these? And how could the entrepreneurs be further involved?
3. Relationships – with a special focus on the leadership of relations. Exploring the field of ‘relations’ was initially intended to explore only external stakeholder relations. But the focus area organically evolved into evaluating relations from a leadership point of view – inspired by Dee Hock’s model of personal leadership.

We consciously let the frames be this open so that any content would be contributed by the needs of The Center and the management. Before the execution phase, we had an alignment session with the management on what each of the three focus areas potentially could cover. This was done to make sure that the three areas were sufficient and would lead to relevant processes.

From a time perspective, the overall process was designed according to Bliss Browne’s Appreciative Inquiry framework Understand, Imagine and Create (LINK). This was to ensure a natural and reasonably coordinated progression through the three focus areas. In the first step, understand, aspects of the past is explored, analyzed and understood – all the time reflected against the original purpose. Questions are asked and knowledge created. Once done, work can start on imagining how things could be done differently – “How can we better support what we initially set out to do?” The last part, create, is where the ideas from imagine says hello to reality and choices have to be made. “How are we going to act going forward in order to serve our purpose?”

If evaluation does not show in action, it is a waste. What have you learned, if it does not show in your actions? Thus we emphasized this by closing the entire process in creating an action plan, forming a red thread from the original purpose to the actions of the future.

Here is a model of the Process:

In practice processes are not linear like this. Its back and fourth, especially between understanding and imagining as ideas develop and call for better understanding. But with this framework it was possible to always orient ourselves roughly in the process by looking at the nine squares. It coordinated the three parallel process and gave a common language for us and The Center for what was otherwise quite abstract work.

After a long build up and design phase and a lot of negotiation of realities, the actual process was carried out in two weeks. Our Kaospilot team split into three groups, each facilitating one vertical leg of the process.

Hosting a Space for Reflection

Looking back, having summarized it all in this blog post, this project seems fairly easy and straight forward – even despite the frustration. But I tell you, it was not. This was one of the most tricky projects I’ve ever been involved in – but also one of the most rewarding. The conflict of initially thinking that we were to work with the entrepreneurs, realizing that it was impossible and then having to figure out – as a group – “what now?” put our team work under severe pressure. We were eight strong headed Kaospilots, each with our own ideas of (and fears about) how to move forward. But like I say in the video, there simply were no ‘way’ forward. We had to create that way by moving in the darkness of not knowing.

Edgar Schein says “the client knows best”. Our project became a great success by not trying to solve their problems, but simply offering to hold a space for reflection. To let them be their own experts. We offered The Center a process and a framework to look back, understand, imagine and finally; create. A few weeks where all they had to do was to show up and be open. This turned out to be the real gift that we brought.

Bonus: Edgar Scheins 10 Principles of Process Consultancy

Excerpt from the book Process Consultation Revisited

1. Always try to be helpful.
Obviously, if I have no intention of being helpful and working at it, it is unlikely to lead to a helping relationship. In general, I have found in all human relationships that the intention to be helpful is the best guarantee of a relationship that is rewarding and leads to mutual learning.

2. Always stay in touch with the current reality.
I cannot be helpful if I cannot decipher what is going on in myself, in the situation, and in the client.

3. Access your ignorance.
The only way I can discover my own inner reality is to learn to distinguish what I know from what I assume I know, from what I truly do not know. And I have learned from experience that it is generally most helpful to work on those areas where I truly do not know. Accessing is the key, in the sense that I have learned that to overcome expectations and assumptions I must make an effort to locate within myself what I really do not know and should be asking about. It is like scanning my own inner data base and gaining access to empty compartments. If I truly do not know the answer I am more likely to sound congruent and sincere when I ask about it.

4. Everything you do is an intervention.
Just as every interaction reveals diagnostic information, so does every interaction have consequences both for the client and for me. I therefore have to own everything I do and assess the consequences to be sure that they fit my goals of creating a helping relationship.

5. It is the client who owns the problem and the solution.
My job is to create a relationship in which the client can get help. It is not my job to take the client’s problems onto my own shoulders, nor is it my job to offer advice and solutions in a situation that I do not live in myself.

6. Go with the flow.
Inasmuch as I do not know the client’s reality, I must respect as much as possible the natural flow in that reality and not impose my own sense of flow on an unknown situation. Once the relationship reaches a certain level of trust, and once the client and helper have a shared set of insights into what is going on, flow itself becomes a shared process.

7. Timing is crucial.
Over and over I have learned that the introduction of my perspective, the asking of a clarifying question, the suggestion of alternatives, or whatever else I want to introduce from my own point of view has to be timed to those moments when the client’s attention is available.
The same remark uttered at two different times can have completely different results.

8. Be constructively opportunistic with confrontive interventions.
When the client signals a moment of openness, a moment when his or her attention to a new input appears to be available, I find I seize those moments and try to make the most of them. In listening for those moments, I find it most important to look for areas in which I can build on the client’s strengths and positive motivations. Those moments also occur when the client has revealed some data signifying readiness to pay attention to a new point of view.

9. Everything is a source of data; errors are inevitable – learn from them.
No matter how well I observe the previous principles I will say and do things that produce unexpected and undesirable reactions in the client. I must learn from them and at all costs avoid defensiveness, shame, or guilt. I can never know enough of the client’s reality to avoid errors, but each error produces reactions from which I can learn a great deal about my own and the client’s reality.

10. When in doubt share the problem.
Inevitably, there will be times in the relationship when I run out of gas, don’t know what to do next, feel frustrated, and in other ways get paralyzed. In situations like this, I found that the most helpful thing I could do was to share my “problem” with the client. Why should I assume that I always know what to do next? Inasmuch as it is the client’s problem and reality we are dealing with, it is entirely appropriate for me to involve the client in my own efforts to be helpful.

The Art of Hosting

Standaard

“If it’s about us, don’t do it without us”

We are learning how to design creative learning spaces—at KaosPilots in Arhus, Denmark. Amazingly, we are introduced to the Art of Hosting, a methodology used by facilitators in processes of change.

 

Aurimas and Perin at KaosPilot, Arhus, Denmark

Aurimas and Perin at KaosPilot, Arhus, Denmark

Aurimas, a Kaos Pilot from Lithuania and Perin, a consultant from Estonia, are experienced art of hosting practitioners. They share with us the essences of this phenomenon, which brings a new dimension to hospitality.

 

Perin, What is Art of Hosting?

For me it is the art and practice of hosting conversations that matter. By that, I mean paying attention to the inner quality of all the conversations that I have in my life. These could be any processes or projects too. I somehow add more meaning by thinking and reflecting on the activities I engage in. It is a way of putting more purpose to my life. The deeper the conversation, the more connection…the more shallow the conversation, the more conflict

 

Conversations comes from the Latin Conversare, meaning to turn things around together…!

Aurimas: I see it as a way of living and working together. It is a kind of methodology combining and connecting many tools that help a group to get through a learning journey. From a group to a community that is able to co-create together. The tools are put together to help the group develop and work together. It is also called the art of participatory leadership—it’s about how you involve everyone so that they collaborate, get involved, and are included. You may have seen examples like World Cafe.

Perin, what are some of the activities you were involved in?

 I host change processes and strategy building. My first session had 100 memembers working on a five-year strategy. We first had AOH training for 30 members of the organisation. At the end we developed appraciative enquiry questions … people went into the community of stakeholders and asked questions. We also used a world cafe to bring together the larger community.

I was also invited to host meetings in community, where there was a crisis—they were closing down schools. They decided to engage the wider community. Local people, parents, teachers, students, local council….How can we organise education if these kinds of changes are happening?

Why are these sessions organised?.

There are so many people that are not heard… and have so much to give.  It’s about creating circles where people share their stories and in this way they are harvesting the wisdom of the crowd… the fact that people are actually listening to everyone in the circle makes such a huge difference. Oh my God, somebody is interested in my topic!

Aurimas, what does it bring to people?

 It’s extremely good if you want to work with diversity because it addresses that human question: How do we understand what is similar among us and how do we work from there?

How do you learn to be a host?

It’s very simpe and very fast You take part in conversations, you learn new tools, you practice while talking and you can simply apply these methods in your own work. So the art of hosting is also transferred very easily. And it’s about discussing questions that matter. In Lithuania we had a three-day event about education…. We had pupils there, teachers, principals, businesses, municipality, …and the conversation dealt with the question: How do we together create the education we all dream about?

It creates understanding and people don’t feel a distance anymore. A 17-year old pupil said: “you know, that guy from the ministry actually cares…

How do you construct the whole event?

First of all, you need a wicked question: an issue people need to talk about. It should be relevant to everyone involved.

You don’t organise a meeting, you plan a harvest.

Day 1 you do different exercises that help to connect: people talk in small groups. What are the challenges in my life? What am I so proud of? They exchange stories. Connections emerge.//People realise they have similar needs and dreams.

You always do a check in… start with “how are you?” and share this with everyone. You check out again when you finish.

You create a talking circle and you have a talking piece. Everyone is heard.

The real work starts when you walk out of the room, and then you should be able to hold it. Can you sustain it? Find a tribe, find mates to do this with you. In order to support change, build capacity, build your team. If five people in your organisation know about art of hosting, it will be so much more effective.

Thank you so much. You guys have been wonderful.

Bastienne and Rene

for more info:

http://www.artofhosting.org

 

Rene en Bastienne in Arhus

Rene en Bastienne in Arhus

 

De Eerste Ontmoeting: Wat Zie Je?

Standaard

 

In het kader van ontdekken en onderzoeken, wat zie je nou eigenlijk wanneer je iemand voor het eerst ontmoet? Ontmoeten is een manier van ontdekken, het ontdekken van andermans karaktereigenschappen. Het is ook een onderzoek. Je onderzoekt de ander en zijn houding, uiterlijk, maar ook het verhaal achter de ontmoeting. Waarom ontmoet ik jou? Waar gaat deze ontmoeting ons brengen?

De kijk op een ontmoeting van de Expeditieleden die elkaar onlangs voor het eerst ontmoet hebben. Wat gaat er in je hoofd om?

Een nieuwe gezicht, een nieuwe persoonlijkheid.
Ogen zijn op verkenning, nieuwsgierig naar het onbekende.
- R. Compaijen

Bij een eerste ontmoeting is een stralende lach zichtbaar. Als er in de ogen wordt gekeken zie je glinsterende ogen. Een open houding zorgt voor verbondenheid. De grote vraag na de eerste ontmoeting is: Was het echte emotie of een masker?
– D. Schreuder

Uiterlijk en eigenschappen. Netjes, verzorgd, onverzorgd, haar wel of niet netjes in de krul, gekleed naar de laatste trends? Handen over elkaar of naast elkaar? Een zenuwachtige lach of serieuze blik? Een zware stem of juist een lief verlegen stem? De uitstraling bepaalt mijn eerste indruk van een persoon, maar wat voor een karakter er werkelijk achter zit blijkt vaak pas na tien ontmoetingen verder. ‘Character is how you treat those who can do nothing for you’.
– T. Abrahams

ontmoeting

 

Kim en Krina over Global Citizenship

Standaard

Image

Kim Meijer, Krina Huisman, Omar Moufakkir en Ruud Welten verzorgen samen de inhoud van de eerste weken van de Expeditie. In dit onderdeel, SOCIETY REQUIRES… gaan we op zoek naar jouw identiteit als wereldburger. Kim vertelt je alvast hoe dit in zijn werk gaat.

 

220-130-Ruud-Welten

Ruud Welten, lector Global Citizenship

Wereldburgerschap

Je hoeft niet de hele wereld af te reizen om wereldburger te zijn. Ook al woon je je hele leven in een piepklein Drents dorpje, dan nog kan je een wereldburger zijn. Hoe dan? Wereldburgerschap is niet een competentie die je moet halen, maar is een mindset, een bewustwording, een houding. Hoe ziet deze mindset er uit? Een wereldburger is reflectief – wie ben ik en hoe dien ik mij te gedragen ten opzichte van mijn omgeving ? –; is open-minded – in hoeverre sta ik open voor andere meningen, denkpatronen of tradities? – en is zich bewust van zijn of haar globale verantwoordelijkheid –de lifestyle die ik kies en de handelingen die ik verricht hebben effect op grote schaal. De mindset van een wereldburger kan je niet ‘trainen’ maar je kan zo’n mindset wel voeden. Kunst, literatuur, film, krant, dialoog, discussie: dit is het voedsel dat de mindset van een wereldburger vormt. En dat is ook het voedsel dat wij tijdens de eerste twee weken van de expeditie gaan aanbieden.

 

Hoe gaan we samenwerken?

Week 1:

De eerste week van de expeditie draait helemaal om jou, we gaan op een MExpedition waarbij je leert om over jezelf na te denken, te schrijven en te vertellen. Wat houdt dat in? We gaan je bekend maken met storytelling, schrijf- en gesprekstechnieken en we doen een persoonlijke expeditie naar de waarden die jij belangrijk vindt.

 

Week 2:

Tijdens de tweede week verschuiven we de focus naar Social MEdia. Vergis je niet, je krijgt geen opleiding in het onderhouden van allerlei media platformen. Nee, jij als student kruipt in de huid van een journalist, travel blog writer of filmcriticus. Het doel daarbij is het beter leren kennen van de wereld waarin je leeft.

 

De inzichten die je hier opdoet, vormen de basis voor jouw Visie. In de weken hierna ga je aan de slag met Hospitality. In de toets Vision presenteer je jouw visie op de toegevoegde waarde van gastvrijheid die jij als wereldburger voor je ziet.

 

 

Expeditie Zijderoute: Gastvrije Oases, bloeiende handel en kunst

Standaard

zilveren schaal Zijderoute

 

Indrukwekkende tentoonstelling–moesten we natuurlijk zien. Kunst ontdekt door archeologische expedities en tot nu toe bewaard in de Hermitage St.Petersburg–nu in de Hermitage Amsterdam. Topstukken uit steden, gebieden, landen, werelddelen die in het netwerk van de Zijderoute waren opgenomen. Pleisterplaatsen in Iran, Afghanistan, Turmenie, Oezbekistan, China….Voor de 15e eeuw was het in de oases een komen en gaan van handelskaravanen–in de tijd dat alle handel naar het Verre Oosten nog over land ging. Er gaat echt een wereld voor je open. Ik heb dit nooit gehad bij geschiedenis. Misschien omdat alle namen van deze steden volslagen onuitsprekelijk zijn? Boeiend is het wel.

Oases, gastvrije steden die al die karavanen herbergden–zou dat niet een mooi onderwerp zijn voor een presentatie in de Expeditie?

De ruim 250 kostbaarheden in de tentoonstelling komen uit dertien opgravingssites van verschillende rijken en plaatsen op de Zijderoute. Langs de handelsroutes vond een ongekende uitwisseling plaats van goederen en ideeën. … 

Deze zilveren schaal is gevonden tijdens een expeditie in Chorasmie…

Chorasmië
Chorasmië is het vruchtbare gebied aan de benedenloop van de Amu-Darja (nu Oezbekistan/Turkmenistan). Kanalen aan weerszijden van de Amu-Darja, die vruchtbaar slib en water naar de velden leidden, zorgden al sinds de bronstijd (ca. 2000–800 v.Chr.) voor rijke oogsten. Chorasmië, aan alle kanten omgeven door woestijnen, onderhield intensieve handelscontacten met Bactrië, het Wolgagebied en de Kaukasus. Topstukken zijn een reliëf van de godin van de overwinning en twee zilveren schalen. Herkomst: ca. 1930–1970, Sergej Tolstov en anderen. [www.hermitage.nl]