Gastvrijheid voor Vluchtelingen: Thrive instead of Survive

Standaard

Kevin Kelly start op basis van deze visie, zijn project voor de Expeditie: hij werkt samen met het ROC Amsterdam, de stichting Wij Zijn Hier en de vluchtelingen en Enactus, aan het doel: vluchtelingen de kans geven een creatieve bijdrage te leveren aan onze samenleving.

Here-We-Are-03122013

Helping the unwanted guests how to thrive instead of survive.

Wat zou je ervan denken als ik zeg dat wij als Nederlandse samenleving moeten vluchtelingen de kans geven om een bijdrage te leveren aan de samenleving. Als we dit doen, kunnen we het imago van vluchtelingen verbeteren en de kwaliteit van hun leven.

Sommigen zullen zeggen dat vluchtelingen niets kunnen bijdragen aan de samenleving. Immers, vluchtelingen hebben niets van waarde. Ze kunnen niets geven, ze hebben geen geld, ze kunnen niet werken, ze spreken de taal niet. Deze mensen zeggen ook dat vluchtelingen agressief zijn. Sarah Gibson (2003) heeft op basis van zijn onderzoek geconcludeerd dat vluchtelingen behandeld worden met een nieuwe vorm van racisme, racisme dat niet meer gebaseerd is op de huidskleur of ras van de persoon, maar op ons als volk tegen vreemdelingen van buiten. Dit heet xeno-racism.

Er zijn verschillende perspectieven op de vreemdeling. Er zijn de vreemdelingen die de samenleving waardeert, zoals toeristen, studenten en wereldburgers (Gibson S, 2003) mensen die werken en leven daar waar ze makkelijk kunnen integreren binnen de samenleving, omdat ze bepaalde talenten en een bepaalde houding hebben. Er zijn ook de anderen. Deze worden gezien als ongewenst en in deze groep vinden we vluchtelingen en illegalen, mensen zonder geldige verblijfsdocumenten. Sarah Gibson (2003) geeft aan dat dit imago wordt opgebouwd door de media en de rechtse politieke partijen. Zij “framen” een beeld van vluchtelingen als parasieten, waardoor ze gebruikt kunnen worden als “gemakkelijk doelwit” (scapegoat) voor alles wat er mis is in de samenleving.

Op dit moment is er in Nederland het beleid om vluchtelingen te behandelen vanuit het perspectief van “containing hospitality”. Dit betekent dat de vluchtelingen geïsoleerd worden op een plek buiten de samenleving. Hierdoor hebben ze geen kans om in contact te komen met andere mensen. Sarah Gibson (2003) zegt hierover dat dit een soort sociale controle is van de vreemdeling, omdat wij bang zijn voor de effecten die zij kunnen hebben op onze samenleving. “Redistributive hospitality” houdt in dat de vluchtelingen alles krijgen van de samenleving wat ze nodig hebben om te overleven. Er wordt niets van hen terugverwacht.

Op het continuüm van Lashley wil ik niet uiterst links gaan staan bij “containing hospitality” en ook niet rechts bij “redistributive hospitality”, maar in het midden bij “reciprocal hospitality”. Dit betekent dat er wederkerigheid kan zijn. Vluchtelingen kunnen iets bijdragen aan de samenleving wat eerlijk is voor beide partijen: de vluchtelingen en de samenleving. Ik denk dat hier een citaat van William Ury (2010) op zijn plaats is: “We moeten de vluchteling niet alleen maar helpen om te overleven, maar ook om te bloeien {we need to help refugees not only to survive, but to thrive”}

Ik wil 3 argumenten benoemen die deze stelling ondersteunen.

Vluchtelingen kunnen ervaringen delen, ze kunnen mensen dingen leren over hun land. Enkelen van hen hebben een goede opleiding genoten en weten veel. Ze kunnen eigen levenservaring delen met onze samenleving in de vorm van kennis. Deze hoogopgeleide vluchtelingen kunnen op deze manier iets bijdragen aan de samenleving. Daarnaast zijn er ook andere manieren waarop vluchtelingen kunnen bijdragen aan de maatschappij. Omar Mouffakkir, onderzoeker van het Saxion lectoraat Global Citizenship, stelt dan ook dat door middel van deze uitwisseling, vreemdelingen meer betrokken zijn in de samenleving en dat vluchtelingen zich ook verantwoordelijk gaan voelen voor deze samenleving. Dit kan leiden tot vermindering van de criminaliteit door vluchtelingen.
Het is een win-winsituatie voor scholen en voor vluchtelingen. Scholen kunnen studenten inzicht geven in de wereldwijde issues. Ze kunnen stageplekken creëren voor studenten bij organisaties die zich bezighouden met vluchtelingen, zoals “Wij Zijn Hier”, of COA, of Vluchtelingenwerk.
Scholen stimuleren belangrijke kwaliteiten als wereldburgerschap, empathie, inlevingsvermogen en kennis van de wereld. De vluchtelingen krijgen de kans om betrokken te worden bij de samenleving en krijgen aandacht voor hun levenssituatie.
Als de vluchtelingen iets kunnen bijdragen, krijgen Nederlandse burgers meer inzicht en begrip voor de situatie waarin vluchtelingen verkeren en wordt het gevoel van solidariteit met deze vreemdelingen vergroot. Door dit proces kan de Nederlandse samenleving het imago van vluchtelingen veranderen van ‘vreemdeling’ naar ‘bekende’ en zien ze ‘vluchtelingen’ niet meer als parasieten, maar als mensen die een kans nodig hebben om bij te kunnen dragen aan deze voor hen vreemde samenleving.
Volgens de filosofie van Jaques Derrida (2000) is de Nederlandse samenleving de gastheer en de vluchtelingen onze gast. Via deze weg zouden we dan kunnen stellen dat de behandeling van vluchtelingen door het Nederlandse bestuur een conflict is tussen twee partijen die niet tot een wederkerige overeenkomst kunnen komen. In deze situatie zou William Ury (2010) stellen dat er nog een derde partij deelneemt in dit conflict: de samenleving. Deze derde partij—wij als burgers–zou dan bij kunnen dragen in dit conflict om de belangen van beide partijen te behartigen en om tot een wederkerige oplossing te komen.
Concluderend is mijn visie dus dat wij als Nederlandse samenleving de behandeling van vluchtelingen in eigen handen moeten nemen. Wij zijn de gastheren binnen deze samenleving en wij hebben wel degelijk baat bij een wederkerige vorm van gastvrijheid tussen beide partijen. Dit zou de vluchtelingen nauwer bij de Nederlandse samenleving betrekken, met als resultaat dat de levensstandaard en het imago van vluchtelingen verbeterd zou worden. Ook wordt er eindelijk iets gedaan met de aanvraag van UNHCR (uit 2007) om de behandeling van vluchtelingen binnen de EU te herzien en om hen meer te betrekken in de samenlevingen. Het verbeteren van de samenleving en om de vluchtelingen te integreren in deze verbeterde samenleving middels wederkerige gastvrijheid is mijn project geworden binnen deze minor.

Referentie:

Derrida, J. (2000). Hospitality. Journal of humanities, 5(3).

Gibson, S. (2003). Accommodating strangers: British hospitality and the asylum hotel debate. Journal for Cultural Research, 7(4), pp.367–386.

Lynch, P., Molz, J., Mcintosh, A., Lugosi, P. and Lashley, C. (2011). Theorizing hospitality. Hospitality \& Society, 1(1), pp.3–24.

Mouffakkir, O. (2014). Culture and Global citizenship lecture. Saxion University of Applied Sceinces.

Refworld, (2010). Submission by the United Nation High Commission of Refugee. [online] Available at: http://www.refworld.org/pdfid/4cd8f2ec2.pdf [Accessed 27 Oct. 2014].

Ury, W. (2010). The walk from “no” to “yes”. TED Talk. Available at: http://www.ted.com/talks/william_ury/transcript?language=en

Eén reactie »

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s